3.1 Het Bouwbesluit

Nieuwbouw - Artikel  2.15 Deuren, ramen, kozijnen en vergelijkbare constructieonderdelen van woningen moeten wanneer zij bereikbaar zijn voor inbrekers inbraakwerend zijn, volgens weerstandsklasse 2, bepaald volgens NEN 5096.
Hiermee wordt gewaarborgd dat nieuw te bouwen woningen worden voorzien van deugdelijk hang- en sluitwerk en van deugdelijke kozijnen waarop dat hang- en sluitwerk is aangebracht. Hoogwaardig hang- en sluitwerk werkt preventief tegen inbrekers en levert daarmee een bijdrage aan de sociale veiligheid.
De eisen gelden ook voor constructieonderdelen in een scheidingswand tussen een woning en een ruimte van een aangrenzende gebruiksfunctie of aangrenzende gemeenschappelijke ruimte. Voorbeelden van zo’n aangrenzende gebruiksfunctie die met de woning in verbinding staat, zijn praktijk- of kantoorruimten en garages. Bij een woning in een woongebouw kan men denken aan de scheiding tussen een woning en een aangrenzende gemeenschappelijke ruimte zoals een portiek.
Bij weerstandsklasse 2, bepaald overeenkomstig NEN 5096, heeft een gelegenheidsinbreker met gebruikelijk gereedschap in het algemeen ten minste 3 minuten nodig om in de woning in te breken.

 

Verbouw - Artikel 2.131  geeft een voorschrift voor inbraakwerendheid bij het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk. Met dit voorschrift wordt voorkomen dat de bestaande mate van inbraakwerendheid van een woning, door een verbouwing wordt ondergraven. In dergelijke gevallen is artikel 2.130 van overeenkomstige toepassing waarbij moet worden uitgegaan van het rechtens verkregen niveau. Zie voor een toelichting op het rechtens verkregen niveau de toelichting op artikel 1.1. Op het geheel vernieuwen zijn de nieuwbouwvoorschriften onverkort van toepassing. Artikel 1.12 bepaalt namelijk dat tenzij anders is bepaald de nieuwbouwvoorschriften van toepassing zijn. Zie hiervoor de toelichting op artikel 1.12.