Energie-efficiëntie

De zonnewerende en thermische kenmerken van beglazing hebben een aanzienlijke invloed op de energieprestaties van gevels.

 

Er zijn drie bioklimatologische behoeften voor gevels:
 

- verwarming: de verwarmingsbehoefte hangt af van het warmteverlies van de beglazing (energieverlies), dat gedeeltelijk kan worden gecompenseerd door het binnenvallende zonlicht (energiewinst evenredig aan de zonnefactor van het glas);

 

- klimaatregeling: de behoefte aan koeling van een gebouw is variabel en tegenovergesteld aan de zonnefactor (een lage zonnefactor betekent minder behoefte aan koeling);

 

- verlichting: de verlichtingsbehoefte is omgekeerd evenredig aan de lichttransmissie.

 

De juiste beglazing moet worden gekozen op basis van de afmetingen en de geografische ligging van een gebouw, de gewenste grootte van de beglazingen en de richting waarin zij worden geplaatst.

Door de energie-efficiëntie te simuleren kan de meest geschikte beglazing worden gekozen, waarbij de drie soorten energieverbruik tot een minimum kunnen worden teruggebracht.

In het onderstaande diagram is een voorbeeld te zien van de glaskeuze in een gegeven situatie. In dit specifieke geval is de keuze voor glas nr. 4 qua efficiëntie de beste.

 

 

Afhankelijk van het gebruik (kantoor, school, museum) en de locatie van een gebouw is beglazing met een lage of hoge zonnefactor nodig.

 

We kunnen twee categorieën beglazing onderscheiden:
- Beglazing die een maximum aan zonne-energie doorlaat, die kan worden benut voor het verwarmen van gebouwen;
- Beglazing die een maximum aan licht doorlaat met zo min mogelijk energie.

 

 

De prestaties van deze twee beglazingstypen kunnen worden beoordeeld in een stelsel met twee assen:

 

1. de lichttransmissie;

2. de energietransmissie (zonnefactor).

 

'Energieopvangende' beglazing:
Hoe verder de coördinaten van een beglazing van de assen af liggen, hoe meer licht en zonne-energie die opvangt.

 

Selectieve beglazing:
Rekening houdend met de kenmerken van de zonnestraling op het aardoppervlak, bestaat er een fysieke grens tussen de maximale lichttransmissie en de minimale energietransmissie van een beglazing.

 

De grenswaarde van deze verhouding (lichttransmissie (TL) gedeeld door zonnefactor (g), ook 'selectiviteit' genoemd), ligt iets hoger dan 2.

Zo heeft beglazing waarvan de coördinaten vlakbij de diagonale lijn liggen die deze grenswaarde TL/g = 2 vertegenwoordigt, een optimale selectiviteit. Zij laat een maximum aan licht door en reflecteert een maximum aan zonne-energie.